Marieke Nijmanting

 

Voor kinderen


Ik ben een Mormel

Miro is een mormel. Maar dat zegt hem niet zoveel. Tenminste, hij weet wel wat mormels zijn, maar hij kent zichzelf nog niet zo goed. Zijn familie houdt van gezellig. Zijn opa laat knallende scheten en giert het dan uit. Zijn oma vindt het hilarisch om met een mattenklopper op zijn billen te slaan. Ze hebben de hele tijd feest met veel taart. "Gezellig hè!", roepen ze dan. Maar Miro houdt er allemaal niet van, behalve dan van taart, daar is ook Miro gek op.

Dan gaan op een dag Miro's tenen wiebelen. Wat zou dat betekenen?


Ik ben een mormel is het eerste deel van een trilogie.
Deel 1. Ik ben een Mormel
Deel 2. De Donselaars
Deel 3. De Schouwburgers


De Donselaars

Miro is een ontdekkingsreiziger, op zoek naar andere mormels, om zo zichzelf te leren kennen. Op de rug van muis Otis reist hij langs het Tompoesmeer en de Paddenpoel, om uiteindelijk
bij de Donselaars uit te komen. Ergens hoog in de bomen. 
Donselaars worden geboren uit een kruising tussen de blauwe vogels en avocadopitten. Het is een dromerig volkje. Ze reizen liever in hun hoofd dan met hun voeten. Bokje Boomklever is de gezelligste van allemaal. Miro sluit vriendschap, met zowel Otis als Bokje.



De Schouwburgers

Miro is een ontdekkingsreiziger, op zoek naar andere mormels, om zo zichzelf te leren kennen. 

Hij reist langs het Soezenbos en het Puddingmoeras, en komt uit bij het Tulbandgebergte. Daar moet hij via tunnels omlaag, want hij is op zoek naar de Schouwburgers en die leven in diepte. 

Beneden krijgt hij aanwijzingen van een ei op pootjes met een hoedje op en waarschuwingen van mevrouw Pruun. Dan vindt Miro het ondergrondse theater, waar Lena de diva is. 

Lena is prachtig, vurig en lief tegelijk. "O Miro, Miro, waarom ben jij Miro". Miro wordt er maar wat zenuwachtig van.



Bzzz…

Bzzz…is een Boek Zonder Zinnen, zodat je die Zelf kunt maken.

Er Zoemt een verhaal. Een spannend verhaal, waarvan jij de verteller bent.

Dit boek zonder woorden is voor kinderen om er plezier aan te beleven. Om fantasie de vrije loop te laten en steeds weer een nieuw verhaal te verzinnen. Maar ouders, leraren en therapeuten kunnen het boek ook gebruiken om met kinderen te praten over hun wensen, angsten en ervaringen.

Het verhaal begint met een spelend kind. Dan komt er iemand de trap op en vliegt het kind onder het bed. Is er gevaar of wordt er gewoon verstoppertje gespeeld? Onder het bed ligt, zoals bijna onder elk bed, troep. Een vergeten wc-rol om ooit mee te knutselen, zoekgeraakte dominostenen, een knoop, verdwaalde sok en een rode stift. De stift maakt van de sok een paard en van de knoop een kikker. Ze komen tot leven. Ook Meneer Bij bemoeit zich ermee, maar ziet al snel dat het verhaal alle kanten op kan zoemen.


Midzomernachtdroom

Julia, een verlegen Roma meisje, speelt viool en leest Shakespeare. Op een avond -als ze zonder te betalen een theater binnensluipt om “Romeo en Julia” te zien- ontmoet ze een jongen van de gadje, de niet-zigeuners. Als zij zich voorstelt als Julia noemt hij zich Romeo. Een onmogelijke vriendschap begint.

Ze ontmoeten elkaar stiekem in het bos en spelen het toneelstuk “Een Midzomernachtdroom” na. Hoewel ze hun liefde voor toneelspelen delen, hebben ze meer verschillen dan overeenkomsten. Vooroordelen zorgen voor botsingen. 

Met hulp van Omyra, de imposante oma van Julia, proberen ze grip op hun situatie te krijgen. Omyra vertelt verhalen. Over demonen, zigeunersprookjes en verhalen die ze vindt in de lijnen van een hand.

 

 

Tante Fred

De ouders van Pip zijn voor een half jaar naar Amerika. Daarom logeert Pip bij een tante die ze nauwelijks kent en nogal excentriek is. Tante Fred is kunstenares en woont in een houten huis middenin de stad.

De verwilderde tuin - vol kunstzinnige uitspattingen en twee onopgevoede geiten op de veranda - is de buren een doorn in het oog. Ze willen Tante Fred weg hebben. Tante Fred en Pip beleven samen een roerige tijd, waarin leugens uiterst effectief blijken.

Sommige geheimen worden wel ontrafeld, zoals het incest verleden van Tante Fred, en ze veel leren over liefde. Liefde voor kunst, een huis, de jongen uit Pips klas. En… Tante Fred en Pip leren van elkaar te houden. 



Mokwa

Kaokiti, een hedendaags indianenmeisje, heeft geen vader meer. Ze droomt over een oude indianenstam en een eigen paard. Dan ontmoet ze Mokwa, de paardenfluisteraar.

Vroeger was hij een beroemd sjamaan, later veranderde hij in een beer en vermoorde vrouw en kind.Tenminste… zo gaan de verhalen. Kaokiti ontdekt langzaamaan de waarheid en ziet een droom werkelijkheid worden. 

Een verhaal over verdriet, liefde en vriendschap.



Ik maak theater

Dit boek gaat over theater. Over het schrijven van toneeltekst, regisseren, acteren, het maken van decors en kostuums, het voeren van promotie en hoe je plankenkoorts te lijf kunt gaan. Een enthousiaste groep kinderen wordt gevolgd op weg naar hun voorstelling ‘Een Midzomernachtdroom’, gebaseerd op het toneelstuk van William Shakespeare.

Verder staan er in dit boek 12 interviews met bekende theatermensen, namelijk: Frank Groothof, Ellen ten Damme, Peter Faber, Waldemar Torenstra, Renee Soutendijk, Kitty Courbois, Karin Bloemen, Arjan Ederveen, Jörgen Rayman, Birgit Schuurman, Henny Vrienten en Kim-Lian van der Meij. 


Kinderen vroegen de artiesten het hemd van hun lijf. Over hun persoonlijke ervaringen en tips voor het maken van een eigen toneelstuk.  



Wentelteefjestoneel

Niets gaat boven Shakespeare en ook Cervantes, Goethe en Homerus zijn niet te evenaren. Maar voor jonge spelers en hedendaags publiek kan het soms taaie kost zijn.

In dit boek worden oude klassiekers gemixt, aangevuld en om en om gewenteld, zodat er drie nieuwe toneelstukken ontstaan:

• Dolend ridderverhaal met Don Quichot en Koning Arthur

• Smoothie Shakespeare

• De helse tocht van Faust en Odysseus

De stukken zijn geschreven voor minimaal 9 tot maximaal 25 toneelspelers en zijn geschikt voor groep 8, middelbare scholen en jeugdtheatergroepen. 




Om op te vreten

Om op te vreten is een toneelstuk voor jongeren met bekende personages als Cyrano de Bergerac, Narcissus, Casanova, Medusa, Carmen, Roxane, Dorian Gray, Sweeney Todd en Miss Lovett. 

Onder het toneelstuk Om op te vreten liggen bestaande verhalen. Mooie klassiekers die hier door elkaar zijn gehusseld en in een nieuwe jas zijn gestoken. Samen vormen ze een nieuw verhaal. Waarin er pasteitjes worden gebakken van mensenvlees, vrouwen en mannen elkaar het hoofd op hol brengen en het schoonheidsideaal voor zoete koek geslikt wordt. Hoe dan ook: de pasteitjes, de zoete koek en de vrouwen en mannen zijn allemaal om op te vreten. Totdat ze dat niet meer zijn natuurlijk...

Wordt gespeeld door minimaal 10 tot maximaal 20 jonge toneelspelers.



De Geheime Kersentuin

Het toneelstuk De Geheime Kersentuin is gebaseerd op een aantal prachtige klassiekers, zoals De Kersentuin van Anton TjechovAlice in Wonderland van Lewis CarollDe geheime tuin van Frances H. Burnett en Peter Pan van James M. Barrie. Vele personages uit deze bestaande stukken zullen hier terugkomen, zoals Alice, de Hartenkoningin, Mad Hatter, Peter Pan en Fris (de oude butler van het landgoed, met konijnenoren op). Samen vertellen zij een nieuw verhaal. Waarin zowel een kersentuin als een magische tuin bedreigd wordt en er maar één overleeft.Het is een toneelstuk vol gewauwel en magie. Er wordt gestreden om kersen en gestolen taartjes en tegen de volwassenwereld van hebzucht en miesmuizerij. Wie wint krijgt een vingerhoedje.  

De Geheime Kersentuin is een toneelstuk voor jongeren, met minimaal 9 tot ruim 20 toneelspelers.



Anne Frank

Veel mensen zullen het verhaal van Anne Frank somber en deprimerend vinden en Anne als symbool zien voor de miljoenen anderen die stierven in de Tweede Wereld Oorlog. En daar hebben ze natuurlijk helemaal gelijk in. Maar aan de andere kant doet het Anne tekort. Anne was namelijk geen somber meisje. Ja, ze kon somber zijn en verdrietig en aan diepgaande introspectie doen, maar ze was ook vrolijk, charismatisch, inspirerend en volkomen uniek. Vandaar dat dit toneelstuk niet alleen haar levensverhaal vertelt, maar ook haar innerlijke leven beeldend maakt. In dit toneelstuk komen in elke akte bedenksels voor, dat zijn meestal combinaties van Anne’s eigen sprookjes en fictieve verhalen en die van anderen, vanuit de boeken die ze las. 

Zo komen de wolf en de zeven geitjes langs, maar ook Zeus en Prometheus en Faust. Je kunt die bedenksels als aparte toneelstukjes zien binnen het grote toneelstuk. Als vrolijke noten tussendoor. Maar het zijn ook metaforen van het leven in het achterhuis. Beeldende vormen van wat er in Anne zelf omging. Door deze afwisseling is het naast een ernstig ook een vrolijk toneelstuk geworden, een stuk met meerdere lagen, in lijn met het karakter van Anne zelf. Het is de bedoeling dat Anne op deze manier zo dichtbij mogelijk komt.  

Een toneelstuk voor jongeren met minimaal 10 tot ruim twintig spelers.